Gezonde stad

Ongedeeld, betaalbaar, veilig, prettig, sociaal, schoon, stil, stralingsveilig en suikerarm
Gezonde stad
Foto: Sjors Provoost

EenUtrecht wil dat het in Utrecht gezond wonen, leren en werken is. Niet alleen in tijden van een virusinfectie, maar altijd, elk jaar. In iedere buurt en wijk, niet alleen in de rijkere delen van de stad.
Gezond wil zeggen: dat iedere Utrechter in zijn buurt of wijk naar keuze kan (blijven) wonen, in een betaalbare woning, met betaalbare duurzame energie, zonder problematische schulden, met gemeenschappelijke buurtruimtes om elkaar te ontmoeten en te verbinden, sociaal veilig zonder overlast in de buurt en intimidatie op straat, in een schone, stille, stralingsveilige en suikerarme buurt. Utrecht oogt weliswaar gezond, maar onderhuids – niet zichtbaar op straat – is de stad ziek.
Zo is er een tweedeling tussen rijke en arme(re) buurten, verlaten noodgedwongen veel Utrechters met een lager inkomen de stad, staan kwetsbare bewoners met problematische schulden er vaak alleen voor, maken we te weinig ruimte voor Utrechters om zich met elkaar te verbinden en elkaar waar nodig te ondersteunen en voldoen we te vaak niet aan gezonde normen voor schone lucht, stille woonstraten en een stralingsveilige en suikerarme omgeving. De inzet is om van Utrecht een gezonde stad te maken, niet alleen voor sommige buurten en Utrechters, maar voor iedereen.

Ongedeelde stad, alle buurten zijn bereikbaar voor alle inkomens en alle woonvormen.
Elke (sub)wijk heeft minimaal 20% goedkope woningen (huur en koop), 20% sociale woningen (huur en koop), 20% middenwoningen (huur en koop) en maximaal 40% dure woningen (huur en koop), bij voorkeur zo veel mogelijk verspreid over alle buurten in die (sub)wijk. Studenten wonen dus niet alleen op de Uithof maar verspreid over de hele stad, in de toekomst ook in de nieuwbouwwijk Merwedekanaalzone. Als er in een wijk minder dan 40% goedkoper en sociale woningen (huur en koop) zijn mag er in die wijk voorlopig alleen goedkoop en sociaal worden bijgebouwd. Datzelfde geldt ook voor de 20% middenwoningen. Bij elk nieuwbouwproject en elke renovatie waarbij woningen vrij komen stelt de gemeente dwingende eisen vast voor de te realiseren minimum percentages goedkoop, sociaal en middensegment. Het onderscheidt tussen huur en koop is hierin minder relevant. Daarmee wordt Utrecht een ongedeelde stad en bereikbaar voor elke Utrechter, ongeacht zijn of haar inkomen.

Allerlei woonvormen, waarin Utrechters gezamenlijk een gemeenschappelijke ruimte delen, worden extra ondersteund en waar mogelijk krijgen zij met voorrang ruimtes toegewezen. Zodoende ontstaat ruimte voor de vele wooncollectieven en wooninitiatieven (van bijvoorbeeld ouderen of groepen migranten) om samen – in een eigen gekozen vorm – te gaan wonen.

Als iemand langer dan 10 jaar in Utrecht heeft gewoond is er een terugkeergarantie en kan zo iemand altijd met voorrang – waar dat mogelijk is – (terug) verhuizen naar een nieuwe woning in de stad. Op die manier kunnen Utrechters (opnieuw) wonen in de stad waar zij zijn ‘geworteld’.

Veel meer betaalbare woningen door splitsen, onderhuren en slim bouwen.
Het wordt makkelijker om een woning kadastraal te splitsen, zolang er geen zwaarwegende bezwaren tegen zijn van de buurt. Daarnaast wordt het onderverhuren van een deel van de woning (maximaal 50% van de eigen woning) makkelijker gemaakt, ook bij huurwoningen, waardoor veel – vaak oudere alleenstaande in voor hen grote woningen – ook weer veiliger en prettiger wonen. Zo ontstaan veel meer kleine (deel)woningen voor de snel groeiende groep van alleenstaanden.

Er moet extra én betaalbaar gebouwd gaan worden in de stad, net als op het niveau van voor 2008. Dat kan deels op enkele nieuwbouwlocaties en waar mogelijk door het verdichten van bestaande woongebieden, zolang er geen zwaarwegende bezwaren tegen zijn van de buurt. De extra woningen moeten de prijzen drukken van de woningen, maar net zo belangrijk, er ook voor zorgen dat elke buurt toegankelijk(er) wordt voor alle inkomens. Een belangrijke ‘prijsremmer’ is door slim te bouwen, namelijk door te bouwen met gestandaardiseerde woningen op ‘bestelling’. Zo ontstaat ook een grotere verscheidenheid van woningen in een straat en worden buurten minder eentonig. Andere belangrijke ‘prijsremmers’ zijn het instellen van maximale prijzen voor de huur-  en koopwoningen bij nieuwbouw en verbouw, dwingende eisen bij de (door)verkoop van grond en woningen (in omgevingsvergunningen), het verplicht enkele jaren zelf wonen in de koopwoning (een zelfbewoningsplicht), een tijdelijk verbod om de woning te verkopen(een anti speculatiebeding) en het verbod op het bij opbod verkopen van woningen.

Elke huurder kan betaalbaar een sociale huurwoning kopen.
Huren is duurder dan kopen. Utrechters in een sociale huurwoning zijn per definitie dus duurder uit, zeker als ze recent in een sociale huurwoning zijn gaan wonen, terwijl zij gemiddeld een lager inkomen hebben. De gemeente gaat daarom actief de huurders in de sociale huursector, die dat willen, ondersteunen in het kunnen kopen van een sociale huurwoning. Hierover maakt de gemeente bindende afspraken met alle Utrechtse woningcorporaties. Bijvoorbeeld met aantrekkelijke varianten van sociale koop van huurwoningen (kortingsregelingen bij de aankoop) en eerste recht van koop (bij verkoop van de sociale huurwoning door de woningcorporatie).

Elke bewoner wordt gesteund in het betaalbaar verduurzamen van zijn woning.
Een groot deel van de woonlasten zijn energielasten. De gemeente gaat alle bewoners die dat willen, actief ondersteunen bij het verduurzamen van de eigen woning, bijvoorbeeld door het deels subsidiëren van de aankoop van zonnepanelen op de eigen woning of op nabijgelegen vastgoed. Daarnaast biedt de gemeente alle daken aan die zij in eigendom heeft actief aan Utrechtse buurtinitiatieven voor het opwekken van zonne-energie. Daarmee stimuleert de gemeente dat Utrechters zichzelf kunnen voorzien van energie. Tegelijkertijd zet de gemeente zich er voor in dat de opbrengsten er van ook daadwerkelijk bij deze Utrechters terecht komen.

Het saneren van problematische schulden bij Utrechters.
De gemeente gaat als regisseur sneller en effectiever (met alle schuldeisers) problematische schulden bij Utrechters saneren en neemt waar mogelijk de schulden van hen over, zodat zij alleen nog met de gemeente als (nieuwe) schuldeiser tot een oplossing hoeven te komen. Dat is extra hard nodig omdat deze schulden ziekmakend zijn en het merendeel van de schulden veelal wordt veroorzaakt door schuldeisers zelf (met overheidsdiensten en overheidsbedrijven vaak ook nog als grootste schuldeisers).

Gezamenlijk maken we leefregels en waar nodig gaan we dwingend handhaven.
Utrechters en gemeente komen gezamenlijk tot de ‘Utrechtse leefregels’ over ‘hoe gaan we met elkaar om’, op straat, op school en op het werk. Bijvoorbeeld dat we elkaar eerst een vraag stellen in plaats van te oordelen, dat groeten altijd mag, we elkaar niet beledigen – laat staan intimideren – en dat we de nachtrust van onze buren respecteren. Waar nodig worden deze leefregels vertaald in gemeentelijke (politie)verordeningen. Zo wordt op straat onbeschoft en intimiderend gedrag niet getolereerd en altijd direct en hard aangepakt. Daders riskeren een boete en komen met naam en delict op de website van de gemeente. Direct een gebiedsverbod voor de dader bij ernstige intimidatie en hinderlijke overlast. Zoals bij bedreigingen, vandalisme en stalking, zowel in de eigen straat en buurt als ook op bijvoorbeeld schoolpleinen en sportvelden.

Het aantal Utrechters met problematische schulden moet drastisch naar beneden.
De gemeente gaat als regisseur sneller en effectiever (meer samen met alle schuldeisers) problematische schulden bij Utrechters saneren. Dat is extra hard nodig omdat deze schulden ziekmakend zijn en het merendeel van de schulden veelal wordt veroorzaakt door schuldeisers zelf (met overheidsdiensten en overheidsbedrijven vaak ook nog als grootste schuldeisers).

Ondersteunen van buurtruimtes, overal waar de buurt dat wil.
Overal waar een buurt of buurtgroep dat wil stimuleert en ondersteunt de gemeente actief het starten, versterken en effectiever maken van een buurtruimte, zo lang deze open staat voor alle buurtbewoners en buurtondernemers, gericht is op in ieder geval ontmoeting en verbinding en wordt beheerd door een door de gemeente erkende buurtorganisatie (BBBO). De ondersteuning bestaat waar nodig uit deskundig advies, financiële ondersteuning en het vinden of verkrijgen van de buurtruimte zelf. Elke buurt heeft recht op minimaal één passende eigen buurtruimte.

Meer buurtcultuur en investeren in prettige buurten.
Buurtcultuur verbindt mensen en dat zorgt voor prettige(re) buurten waar de Utrechters met plezier willen en kunnen wonen. Elke buurt of wijk kan extra investeren in activiteiten voor buurtcultuur. Een buurt en de eigen straat heeft baat bij een mooie aangeklede en fleurige openbare ruimte, dus extra budget voor bijvoorbeeld muurschilderingen, vaste buurtbanken en (buiten)eettafels.

Overal in de stad is de lucht schoon.
EenUtrecht wil een stad waar de strengere WHO-normen voor schone lucht leidend zijn, voor alle buurten in de stad, dus zowel voor de binnenstad als voor de buitenwijken.

Alle woonstraten zijn stil.
In woongebieden moet je altijd ’s nachts (23:00 tot 07:00 uur) rustig kunnen slapen en overdag en in de avond ongestoord in je tuin of op de stoep een gesprek kunnen voeren. Dus geen geluidshinder van verkeer, buitenevenementen, buren of lawaaiige voorbijgangers. Dat moet gelden voor alle woonstraten, zowel in de binnenstad als voor alle andere (buiten)wijken. Allereerst wordt ingezet op het verminderen van het verkeerslawaai tot maximaal 55 decibel (dB), dit door het direct invoeren van een maximum snelheid op alle wegen van 30 km, inclusief doorgaande stadswegen. In Utrecht bestaan voor buitenevenementen nu nog hele soepele geluidsnormen, namelijk maximaal 80 tot 90 decibel, uitgedrukt in dB(A). Deze normen moeten veel strenger, zodat je in de woning (met een geluidsisolerende gevel van minimaal 10 decibel) elkaar in een gesprek nog wel kunt verstaan (bij een geluidsniveau binnen van 55 decibel kan dat dan nog net goed). Dat betekent dat bij evenementen de geluidsoverlast op de gevel niet mag uitkomen boven de 65 dB(A), met uitzondering van enkele beeldbepalende evenementen, met een norm op 75 dB(A). Dat is dus ruim 30 keer stiller dan nu (elke 3 decibel lager is 2x stiller). Ten slotte moet de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Utrecht worden aangescherpt, zodat de politie en waar nodig de burgemeester effectiever kan handhaven op o.a. het bewaken van een goede nachtrust. Nu nog veel te vaak worden Utrechters wakker gehouden door (tuin)feestjes bij de buren of lawaaiige voorbijgangers op weg naar huis. Daarom wordt in de APV een artikel opgenomen waarin wordt vastgelegd dat het in alle woonstraten volledig stil moet zijn tussen 23:00 en 07:00 uur (ofwel een geluidniveau van maximaal 35 dB(A) binnen in de woning, dus met een gevelisolatie van gemiddeld 15 dB is dat maximaal 50 dB(A) buiten op de gevel). Overdag en in de avond geldt dat je in woonstraten buiten nog gewoon met elkaar een gesprek moet kunnen voeren (ofwel een geluidsniveau van maximaal 55 dB(A) buiten, vergelijkbaar met het gewenste niveau voor verkeersgeluid).

Stralingsveilige woongebieden.
Kritisch onderzoeken of alle straten en buurten wel stralingsveilig zijn. Op basis daarvan waar nodig strengere eisen stellen aan nieuwe masten voor mobiel dataverkeer.

Eerste suikerarme stad van Nederland.
Nicotine is op de weg terug, maar suiker is overal nog aanwezig. Suiker is een hoofdschuldige voor het ongezonde leven van veel Utrechters. Dat is niet alleen een zaak van mensen zelf, maar ook één voor de gemeenschap en de gemeente. Daarom neemt de gemeente het initiatief voor het maken van afspraken met organisaties en bedrijven over het ‘suikerarm’ maken van de stad.  Er komt gerichte voorlichting over suikerarm eten en drinken en een suikerarme catering bij de gemeente en op scholen.

Terug naar speerpunten