Eigen inkomen

Iedereen die wil en kan heeft wél zinvol betaald werk

Eigen inkomenEenUtrecht wil dat iedere Utrechter, die wil én kan werken, betaald werk heeft (als werknemer of als ondernemer) dat in zijn of haar ogen zinvol is. Ook voor degenen met een arbeidsbeperking en de langdurig werkzoekenden. De nood is hoog. Utrecht telt officieel meer dan 20.000 werkzoekenden, ofwel ca. 8% van de totale potentiële beroepsbevolking in de stad is op zoek naar betaald werk. In werkelijkheid ligt het aantal nog een stuk hoger, met Utrechters die betaald werk zoeken maar geen uitkering hebben. Van al die werkzoekenden zijn er minimaal 6.000 die al langer dan een jaar geen (betaald) werk hebben. Als gevolg van de coronacrisis liggen deze cijfers nog aanmerkelijk hoger. De inzet is om met en door werkgevers enkele duizenden betaalde banen extra te realiseren in de stad. Tegelijkertijd vindt naar schatting 40% van de Utrechters zijn werk (deels) weinig zinvol. Iedereen verdient de kans om dat te veranderen, samen met de werkgever.

Minimaal 1.000 buurtbanen voor langdurig werkzoekenden bij o.a. buurtorganisaties.
Buurtorganisaties die langdurig werkzoekenden (langer dan één jaar werkloos) in dienst nemen (voor minimaal 24 uur per week) op een ‘buurtbaan‘ ontvangen van de gemeente 65 tot 90% subsidie op de loonkosten (op niveau WML) voor (minimaal) de eerste drie jaar (zo mogelijk langer). De eerste drie maanden kan worden gewerkt met behoud van de bijstandsuitkering (als proefperiode). De buurtorganisatie moet wel aantoonbaar een meerwaarde leveren in buurtwerk, buurtzorg, welzijn, beheren van buurtruimtes, sport en cultuur. De gemeente beoordeelt welke buurtorganisaties deze meerwaarde leveren en zodoende erkend kunnen worden als een werkplek voor deze buurtbanen. De gemeente stimuleert actief langdurig werkzoekenden – vaak op een negatieve manier ‘werklozen’ genoemd – om aan de slag te gaan bij de buurtorganisaties die erkend zijn. Vaak zal het ook gaan om Utrechters die al enige tijd als vrijwilliger onbetaald werkzaam zijn bij een buurtorganisatie. Op deze manier moeten zeker 1.000 Utrechters aan betaald werk kunnen komen op een buurtbaan bij een buurtorganisatie. Het gaat dan om ongeveer 200 organisaties met gemiddeld 5 medewerkers op een buurtbaan per organisatie. Bovendien kan de gemeente aanvullend – op vergelijkbare wijze – nog eens 1.000 extra banen creëren bij de eigen organisatie of bij onderwijs- en zorginstellingen, als ook bij nutsbedrijven, met steeds als selectiecriterium ‘aantoonbare meerwaarde voor buurt of stad’.

De bijstandsuitkering geldt als een faire betaling voor vrijwilligerswerk in een startbaan.
Alle Utrechters met een bijstandsuitkering die minimaal 12 uur per week onbetaald werk doen, ofwel zogenoemd ‘vrijwilligerswerk’, hoeven niet meer dagelijks verplicht te solliciteren als zij dit doen bij een door de gemeente erkende (buurt)organisatie voor startbanen. Dit vrijwilligerswerk wordt als een ‘tegenprestatie‘ gezien voor het ontvangen van de uitkering en als een opstart naar mogelijk betaald werk. Onbetaald werk kan namelijk een ‘startbaan‘ zijn voor betaald werk. De gemeente zal (buurt)organisaties die dat willen beoordelen of zij voldoen aan de eisen om te worden erkend als een organisatie geschikt voor startbanen. De belangrijkste eisen zijn: dat het werk een meerwaarde heeft voor de buurt of de stad en dat aantoonbaar de (buurt)organisatie probeert om het onbetaalde werk te laten aansluiten op betaald werk. Zolang wettelijk nodig moet wekelijks minimaal één keer worden gesolliciteerd op een betaalde baan. Dit moet ook kunnen gelden voor Utrechters met een WW en een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De gemeente gaat dat bepleiten bij de rijksoverheid en het UWV zodat ook voor deze Utrechters gaat gelden: vrijwilligerswerk wordt niet afgestraft maar gewaardeerd. Zo gaan een paar duizend Utrechters kunnen werken op zinvolle erkende startbanen.

Minimaal 1.000 extra plusbanen voor Utrechters met een arbeidsbeperking.
Voor Utrechters met een arbeidsbeperking, die een beperkt aantal uren per week kunnen werken of met een beperkte productiviteit (beperkte loonwaarde) gaat de gemeente zich extra inzetten, zodat deze Utrechters een kans krijgen op werk in zogenoemde ‘plusbanen‘, met een passende betaling. Utrechters die vanwege een arbeidsbeperking niet in staat zijn het minimumloon te verdienen staan geregistreerd in het zogenoemde ‘doelgroepregister’. De gemeente gaat actief na wie een uitkering heeft en ten onrechte nog niet is opgenomen in dit doelgroepregister. Naar schatting gaat het in totaal om ca. 4.000 Utrechters. [1] Alle Utrechtse werkgevers worden door de gemeente benaderd om deze Utrechters (tijdelijk) in dienst te nemen. Om dit extra te stimuleren wordt in het eerste jaar van een plusbaan standaard 70% loonkostensubsidie (LKS) betaald (door de gemeente), als compensatie voor de beperkte loonwaarde van de werknemer. In dat eerste jaar moet blijken wat de werkelijke loonwaarde van de betrokken werknemer is. Organisaties en bedrijven die minimaal 5% werknemers met een beperkte loonwaarde langdurig in dienst hebben (langer dan een jaar), worden door de gemeente bij de inkoop van diensten beloond met een voorkeursbehandeling. Daarmee kunnen minimaal enkele honderden mogelijk 1.000 extra banen worden gerealiseerd voor Utrechters met een beperkte loonwaarde, waarvan enkele honderden bij de gemeente (en nutsbedrijven) zelf.

Buurtondernemers wél gaan begeleiden bij de start of groei van een (nieuwe) onderneming.
Utrechters die een lokale onderneming willen starten als ‘buurtondernemer’ (een onderneming met producten of diensten en werkgelegenheid voor de stad), in het bijzonder degenen die nu nog een uitkering hebben (bijvoorbeeld een Bbz uitkering), worden actief ondersteund met een ‘startbudget voor buurtondernemers’ van de gemeente, waarmee zij bij derden ondersteuning kunnen inkopen voor het (door)starten of uitbreiden van de eigen onderneming.

Utrecht wordt de stad voor klassieke starters en groeiers én innovatieve start-ups en scale-ups.
De inzet van de gemeente Utrecht richt zich op het creëren van werk voor zowel lager als ook hoger opgeleiden in de stad, dus zowel voor bedrijven en organisaties die als starter en groeier actief zijn met klassieke producten en dienstverlening, als ook voor degenen die dat doen met innovatieve producten of diensten, de zogenoemde ‘start-ups’ en ‘scale-ups’. Alleen de mate waarin zij bijdragen aan de werkgelegenheid bepaalt de mate waarin de gemeente stimuleert en zo nodig ondersteunt. Dus niet langer meer alleen aandacht en geld voor de innovatieve ‘start-ups’ en ‘scale-ups’.

Werkgevers in Utrecht nemen de werk re-integratie over van de gemeente.
Alle bemiddeling van werklozen naar betaald werk gaat niet langer meer plaatsvinden bij de overheid of door de gemeente ingeschakelde instellingen of re-integratiebedrijven, maar wordt volledig overgenomen door werkgevers en werkgeversorganisaties actief in Utrecht, zodra zij dit willen en goed kunnen overnemen. Werkgevers kunnen veel beter dan de overheid inschatten wie waar kan werken, zo blijkt ook uit enkele interessante voorbeelden elders in het land. Zo moeten zeker enkele honderden Utrechters eerder en beter aan betaald werk kunnen komen.

Alle betaalde banen worden betekenisvol voor de stad en haar bewoners.
Iedereen werkzaam als ambtenaar bij de gemeente die vindt dat zijn of haar werk onvoldoende zinvol is omdat het te weinig betekenis heeft voor bijvoorbeeld bewoners en ondernemers in de stad krijgt de ruimte om daar mee aan de slag te gaan en na te gaan hoe het eigen werk buurt- en burgergericht(er) kan worden. Dat wordt binnen de gemeente actief gestimuleerd en ondersteund. Daarmee gaat de gemeente een voorbeeld zijn voor andere organisaties en bedrijven in de stad.

Meer benutten expertise bij ambtenaren gemeente: dus minder inhuur.
Inhuur van externen gaat vaak voorbij aan wat ambtenaren zelf kunnen. Minder externe inhuur bij de gemeente geeft ambtenaren de ruimte om eigen talenten in te zetten en te ontwikkelen. Daarmee wordt het eigen werk (nog) zinvoller. Bijvoorbeeld door ambtenaren zelf een onderzoek uit te laten voeren in plaats van dat uit te besteden aan een extern bureau of door ambtenaren zelf een buurtinitiatief te laten begeleiden in plaats van dat te beschrijven in een beleidsrapport. Bovendien: inhuur kost vaak onnodig veel geld. Dus door alleen uit te besteden als dat strikt noodzakelijk is, kan tegelijkertijd veel geld bespaard.

Bijstandsuitkering is deels basisinkomen en deels ook prestatie-uitkering.
Utrechters die een bijstandsuitkering ontvangen en (nog) niet (direct) aan de slag kunnen in een ‘startbaan’, ‘plusbaan’ of ‘buurtbaan’ ontvangen de uitkering grotendeels als ‘basisinkomen’, namelijk voor 80% van de uitkeringssom, waar geen tegenprestatie voor nodig is. De overige 20% van de uitkeringssom is een ‘prestatie-uitkering’ waar de uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie voor moet leveren, zoals het minimaal wekelijks solliciteren op een reguliere baan en het gericht en actief meedenken en mee zoeken naar een startbaan (minimaal 12 uur per week vrijwilligerswerk als tegenprestatie), plusbaan (bij een beperkte loonwaarde) of buurtbaan (minimaal 24 uur per week in loondienst bij een erkend buurtorganisatie, gemeente, onderwijs- of zorginstelling of nutsbedrijf). Als dat onvoldoende gebeurt verliest de uitkeringsgerechtigde (na één schriftelijke waarschuwing) zijn 20% prestatie-uitkering voor de duur van minimaal 6 maanden.

Terug naar de speerpunten